WALTMANS
               EARLY AND CONTEMPORARY MUSIC

 

   home   links  contact

 musicians      composers      interviews      masterclasses      competitions      festivals      writings      cd's    cdarchive    


CD'S

 

 


MIRROR CANON  TOR ESPEN ASPAAS PIANO

Beethoven componeert zijn laatste pianosonate in c opus 111 in het jaar 1822, de drie werken van de meesters van de Tweede Weense School (Schönberg, Webern en Berg) dateren van rond 1910. De jaartallen markeren bij benadering begin en eindpunt van de Romantiek, een periode waarin op muzikaal gebied onder andere het systeem van de toonhoogteorganisatie, de tonaliteit, zwaar op de proef is gesteld. Wagner ontwijkt het systeem reeds volledig, en wel om expressieve redenen. Schönberg die op Wagneriaanse manier componeert en zich bedient van verwijde en sterk verwijde tonaliteit trekt als eerste de consequentie om het niet meer functionerende tonale systeem te vervangen door een ander, de atonaliteit. Zijn eerste volledige atonale compositie ontstaat in 1909.
In het nieuwe systeem van toonhoogteorganisatie vallen de hiërarchische verhoudingen tussen de tonen onderling weg. De componist vermijdt tonale centra, maar ook herhalingen, hetgeen een hoge graad van concentratie tot gevolg heeft. De tonale verbanden worden ingewisseld voor motivische verbanden. Te beluisteren in Schönbergs Sechs Kleine Klavierstücke opus 19 uit 1911.
Vanwege verschil in karakter is de aanpak van de atonaliteit bij Schönbergs leerling Anton Webern anders. Bij Webern prevaleert reductie, concentratie en uitsparing. Een minimum aan materiaal koppelt hij aan een maximum aan expressiviteit. Een kleine bezetting, een zeer korte duur van de werken en een klankniveau van p tot pppp zijn regel. Webern wordt wel eens vergeleken met een diamantbewerker, een componist die al het overbodige materiaal in een compositie weg slijpt, totdat uiteindelijk alleen nog maar een muzikale kern zonder franje over blijft. De schittering van die muzikale diamantjes is te beluisteren in zijn Vier Stücke für Geige und Klavier opus 7 (1910).
Alban Berg is weer een andere persoonlijkheid. Berg is meer een romanticus en een man van het grotere gebaar. Ter afsluiting van zijn studie bij Schönberg schrijft hij zijn meesterstuk Pianosonate in b opus 1 (1909), een tonaal werk. Het eerste deel van de sonate is een dusdanig afgerond geheel, dat Schönberg hem adviseert het werk als voltooid te beschouwen. Motivische coherentie en ontwikkeling staan in dit werk voorop plus een sterk doorgevoerde verwijde tonaliteit. Het vormverloop en de tonale verhoudingen worden in Bergs eerste en enige pianosonate vanaf het begin van de compositie door middel van cadensen vastgelegd. In het voorbeeld loopt de baslijn van cis (c, b, ais) naar fis en b.



 
Alban Bergs Pianosonate in b opus 1(1909). Maat 1-3.

Beethovens pianosonate nr. 32 in c opus 111 bestaat uit twee delen, die in meerdere opzichten van elkaar verschillen. Het eerste deel is geschreven in sonatevorm met een grote tonale beweging van c naar As, het tweede deel is een thema met variaties in C. Opmerkelijker is het verschil in karakter tussen de delen. Betreft het in het eerste deel een Maestoso: Allegro con brio ed appassionato met nadruk op appassionato, in deel twee gaat het om een Arietta: adagio molto, semplice e cantabile. Of anders geformuleerd: in het eerste deel zit de emotie aan de oppervlakte met veel contrapuntisch bravour, in deel twee is de emotie meer te vergelijken met een kleine rimpel aan de oppervlakte van een diep meer. Het gaat om ingehouden spanning, een dreigend onweer dat in het begin van het thema reeds doorklinkt in de herhaling van de g in de linkerhand van de piano. Maar ook de wending naar de mineurtonaliteit a in maat negen wijst erop dat voor Beethoven het leven niet zo semplice is als hij wel zou willen. Deel twee, maar ook deel een, ontpopt zich als een werk van een componist die zijn meest diepe en meest individuele emotie in muziek probeert uit te drukken.


Beethovens Arietta: Adagio molto, semplice e cantabile. Maat 1-16.


De grote verdienste van pianist Tor Espen Aspaas daarbij is, dat hij de structuur van de compositie en de emotionele lading op sublieme wijze tot klinken weet te brengen. Dat doet hij niet alleen in deel twee, maar ook in deel een, waar hij grote aandacht besteedt aan het uitspelen van de in de partituur verrassend aangegeven ritenuto's en ritardando's gevolgd door een kort adagio. Op die momenten worden aan de luisteraar verstilde inkijkjes gegund in het gevoelsleven van de componist.
 
Alle composities van Beethoven zijn in te zien op de website van Beethovenhaus Bonn (digital archiv). Fragmenten van alle werken op de cd zijn te beluisteren op de website van 2L (Morten Lindberg, Oslo-Noorwegen). Informatie over de jonge Noorse pianist De website van Tor Espen Aspaas is www.pianisten.no.

SACD Tor Espen Aspaas, piano: Ludwig van Beethoven Sonate nr. 32 in c op. 111; Arnold Schönberg Sechs Kleine Klavierstücke op.19; Anton Webern Vier Stücke für Geige and Klavier op. 7; Alban Berg Sonate für Klavier op. 1. Opname Sofienberg Church September 2007, uitgave 2008. 2L 49SACD.

© 2008 Frans Waltmans